Feeds:
Articoli
Commenti

Archive for the ‘Musica e canzoni’ Category

“Il mio sguardo lontano si sfumava attorno alla nave. Dritto, col piede sulla poppa, il suo sguardo sfumava attorno a me incurante del vento che scuoteva il suo kilt. Ancora nelle orecchie il cigolìo dei legni sotto i passi pesanti dei marinai e ancora gli occhi dello stesso colore dell’Oceano, cupi, tempestosi, piantati fino in fondo alle viscere mie sconvolte dai suoi baci.

Accanto a me i suoi quattro figli che non avrebbero mai più rivisto il padre. Mi accingevo ad essere vedova senza sapere se lo fossi stata davvero.

Chiusi i miei occhi verdi mentre i capelli, ben presto candidi anzitempo, si scuotevano ammantati di profumi d’autunno.

Fu la mia quattordicesima vita umana.”

Annunci

Read Full Post »

Sfiorò i tasti bianchi e neri e si sedette allo sgabello. Le dita accarezzarono l’avorio e l’ebano e liberarono dalla prigione delle corde quegli sguardi d’un tempo e la lieve carezza in punta di dita, il profumo della pelle bagnata di mare e delle rose un po’ troppo fiorite del roseto di una tarda primavera. Suonava per sé e per un respiro ormai spento da tempo.

Read Full Post »

Quanto ci manchi, John!

Read Full Post »

La canzone è stranissima.
Prima o poi capirò anche il testo…

Eva
Boudewijn De Groot

Ik houd de wereld in mijn hand,
‘t glazen ei vol land en wolken,
ik zal de hemel gaan bevolken,
ik roep de varens uit ‘t zand,
ik schud de apen uit m’n mouw,
de spikkelpanters en de mieren,
het blauw konijn, de krabbeldieren,
ik strooi ‘t op azazuur en dauw.

Ik weet nu dat ik alles kan,
ik ken de dieren aan hun vel,
de vogels aan hun notenspel,
en ik geef namen aan de man.

De verf die ik morste vliegt plotseling in brand,
‘t palet valt vlammend uit m’n hand.
D’ aarde zwaait open,
ik zie haar lo’o’pen,
in mijn eigen groene gras.
Wil jij soms, wit wezen, dat ik je niet ken,
en dat ik niet almachtig ben.
Je wilt me vergeten,
mijn vruchten eten,
en me bedriegen met je man.

Hier in je lichaam van albast,
zie ik de roze vlammen branden,
en wat je wilt valt in je handen,
je hebt m’n wereld aangetast,
daar sluipt de groen gevlekte kat,
en heeft de merel al te grazen.
De leguaan gaat bellen blazen,
kruip op vijf poten over ‘t pad.
De vleesboom rijst het water uit,
en rinkelt met z’n glazen snaren.
Er zit in de kristalpilaren,
een uil die schuine liedjes fluit.

Hier sta ik voor zot in m’n kamerjapon,
ik dacht wel dat ik alles kon.
En ben ik verdwenen,
dan komt op zijn tenen,
de engel met het grote mes.

Read Full Post »